digital scan
Measuring & insight

E-commerce tracking in GA4 voor je Belgische webshop

7 August 2026 · 7 min read · Marketing Scan

This article is only available in Dutch for now.

Je webshop draait, er komen bestellingen binnen en toch weet je niet welke advertentie of welk zoekwoord die bestellingen oplevert. Klinkt bekend? Dan is de kans groot dat je e-commerce tracking in Google Analytics 4 niet of maar half ingesteld staat. Bezoekers en bestellingen zie je wel, het verband ertussen niet.

Dat is spijtig, want de markt is groot. Belgische consumenten spendeerden in 2025 18,3 miljard euro online, 5,4 procent meer dan het jaar ervoor, en negen op de tien Belgen kocht iets op het internet. In dit artikel zetten we je e-commercemeting recht: welke events je nodig hebt, hoe je ze uit je platform haalt en welke fouten je omzetcijfers vertekenen.

Waarom de standaardmeting van je webshop niet volstaat

Als je GA4 op je webshop plaatst, meet het automatisch paginaweergaven, scrolls en uitgaande klikken. Nuttig, maar het vertelt je niets over geld. Je ziet dat productpagina X populair is, niet dat product Y voor de helft van je omzet zorgt.

Echte e-commerce tracking werkt anders: je stuurt bij elke stap in het koopproces een event mee met de details van de producten en de bedragen. Daardoor kun je vragen stellen zoals: hoeveel omzet komt uit Google organisch versus uit Instagram? Welk product wordt vaak in het mandje gelegd maar zelden gekocht? Waar in de checkout haken mensen af?

Die laatste vraag is goud waard. Volgens de metastudie van het Baymard Institute, gebaseerd op 50 onderzoeken, verlaat gemiddeld 70,22 procent van de bezoekers een gevuld winkelmandje zonder te kopen. Diezelfde bron schat dat betere checkout-ergonomie de conversieratio met 35,26 procent kan verhogen. Maar je kunt je checkout alleen verbeteren als je meet waar hij lekt.

De zes events die je funnel compleet maken

GA4 werkt met een vaste set namen voor e-commerce. Gebruik precies die namen, anders herkent GA4 ze niet en blijven je rapporten leeg. Dit is de minimumset:

EventWanneerWaarvoor je het gebruikt
view_item_listBezoeker ziet een categoriepaginaWelke categorieën trekken door naar producten
view_itemBezoeker bekijkt een productpaginaInteresse per product
add_to_cartProduct in het mandjeOvertuigingskracht van je productpagina
begin_checkoutCheckout gestartHet echte startpunt van je verkoopmoment
add_payment_infoBetaalmethode gekozenWaar Bancontact of kaartkeuze wringt
purchaseBestelling afgerondOmzet, aantal orders, gemiddelde orderwaarde

Bij elk event stuur je een lijstje met productgegevens mee: item_id, item_name, price, quantity en idealiter item_category. Bij purchase komen daar transaction_id, value en currency bij. Die transaction_id is cruciaal: zonder unieke waarde per bestelling kan GA4 dubbele metingen niet filteren.

Met deze zes events krijg je in GA4 automatisch de rapporten voor aankoopgedrag en de checkout-trechter. Je ziet dan letterlijk hoeveel procent van je bezoekers elke stap doorkomt.

Zo krijg je de data uit je webshopplatform

De aanpak hangt af van je platform, maar het principe is altijd hetzelfde: je platform schrijft de productgegevens in een dataLayer, en Google Tag Manager pikt ze daar op en stuurt ze naar GA4.

  • Shopify. De officiële Google-app en de klantgebeurtenissen in de checkout doen het meeste werk. Let op dat je niet tegelijk een app én een handmatige tag laat vuren.
  • WooCommerce. Een degelijke plugin voor GA4 e-commerce regelt de dataLayer. Kies er één en zet elke andere analytics-plugin uit.
  • Lightspeed, PrestaShop of Magento. Meestal een module plus een stukje maatwerk door je webbouwer.
  • Maatwerkwebshop. Hier moet je ontwikkelaar de dataLayer zelf voorzien. Geef hem de lijst met events en velden hierboven mee, dat bespaart iedereen tijd.

Test daarna altijd een echte bestelling van begin tot eind. Zet DebugView van GA4 open en loop de hele funnel door: categorie, product, mandje, checkout, betaling, bedankpagina. Controleer bij purchase of het bedrag, de valuta en de producten kloppen. Dat testen is geen overdreven zorgvuldigheid: naar schatting bevat 40 procent van de GA4-setups minstens één fout geconfigureerd event.

Wat je met de funnel doet: geld dat blijft liggen

Zodra je trechter loopt, ga je op zoek naar de grootste val. Reken mee met een voorbeeld: 10.000 bezoekers, 1.200 keer add_to_cart, 480 keer begin_checkout, 300 aankopen.

Van mandje naar checkout verlies je hier 60 procent, van checkout naar aankoop nog 37,5 procent. Die eerste stap is je grootste kans. Typische oorzaken bij Belgische webshops: verzendkosten die pas in de checkout opduiken, geen Bancontact als betaaloptie, een verplicht account aanmaken, of een levertermijn die nergens vermeld staat.

Vergelijk je eigen percentages met het gemiddelde van ruim 70 procent verlaten mandjes. Zit je daar rond, dan ben je normaal. Zit je er ver boven, dan ligt er concreet geld op tafel, en weet je nu waar.

Kijk daarna naar hetzelfde in kolommen per kanaal en per toestel. Vaak zie je dan dat je mobiele checkout veel slechter presteert dan de desktopversie, of dat één advertentiekanaal veel mandjes vult maar nauwelijks bestellingen oplevert.

Vijf fouten die je omzetcijfers vertekenen

Dit zijn de klassiekers die we bij webshops het vaakst terugvinden:

  1. Btw en verzendkosten in de omzet. Stuur bij value het bedrag door dat je ook in je boekhouding als omzet ziet, meestal exclusief btw en exclusief verzendkosten. Anders lijkt je rendement op advertenties beter dan het is.
  2. Dubbel getelde aankopen. Bezoekers die je bedankpagina herladen of terug navigeren, veroorzaken een tweede purchase-event. Een unieke transaction_id per bestelling voorkomt dat GA4 die dubbel meetelt.
  3. Terugbetalingen die nergens landen. Meet je geen refunds, dan blijven geannuleerde bestellingen als omzet staan. In sommige sectoren is dat een groot verschil.
  4. Twee metingen naast elkaar. Een platform-app én een plugin én een handmatige tag: dan verdubbelt je omzet in GA4 zonder dat er één euro extra binnenkomt.
  5. Betaalproviders die de sessie breken. Ga je voor de betaling naar een externe pagina en kom je terug, dan kan die terugkeer als nieuwe verwijzing tellen. Zet je betaalprovider daarom in de lijst met uitgesloten verwijzingen, anders schrijft GA4 je omzet toe aan je betaalpartner.

Loop die vijf punten één keer per kwartaal na, en na elke update van je webshop of je thema. Zulke koppelingen breken stil.

Consent, adblockers en je omzetrapport

Nog één verwachting bijstellen: je GA4-omzet zal nooit exact gelijk zijn aan je boekhouding, en dat hoeft ook niet. Bezoekers die cookies weigeren of een adblocker gebruiken, verschijnen niet klassiek in je meting. Adblockers strippen client-side tags in meer dan 40 procent van de sessies in sommige Europese markten, en server-side meting recupereert daarvan 15 tot 30 procent.

Wat je wel doet: één cijfer kiezen als waarheid voor je boekhouding, namelijk dat van je webshop of je kassa, en GA4 gebruiken om te vergelijken. Meet consequent, en gebruik verhoudingen in plaats van absolute bedragen. Als GA4 structureel 75 procent van je echte omzet ziet, is dat perfect werkbaar: een kanaal dat verdubbelt in GA4, verdubbelt ook in werkelijkheid.

Zit je onder de helft van je echte omzet, dan is er iets grondig fout met je consent-koppeling of je tagging. Dan is dat je prioriteit, nog voor je aan optimaliseren begint.

Meet jouw webshop wat hij zou moeten meten?

Wil je weten of je e-commercemeting klopt en of je advertentiebudget op de juiste cijfers gestuurd wordt? Doe de gratis marketing scan van Marketing Scan. Je krijgt snel een helder beeld van je meetsetup en van de punten waar je webshop het meeste laat liggen.

Frequently asked questions.

Wat is e-commerce tracking in GA4?

E-commerce tracking is een set van vaste events waarmee je het hele koopproces meet, van het bekijken van een product tot de afgeronde bestelling. Bij elk event stuur je productgegevens en bedragen mee. Daardoor zie je in GA4 niet alleen bezoekers, maar omzet per product, per kanaal en per toestel.

Waarom verschilt mijn omzet in GA4 van die in mijn webshop?

Dat is normaal en heeft twee hoofdoorzaken: bezoekers die cookies weigeren en bezoekers met een adblocker worden niet klassiek gemeten. Neem het cijfer van je webshop of kassa als waarheid en gebruik GA4 om kanalen en trends te vergelijken. Wijkt het verschil sterk af of verandert het plots, dan is er iets stuk in je tagging.

Moet ik btw meesturen in de omzetwaarde?

Nee, stuur bij voorkeur het bedrag exclusief btw en exclusief verzendkosten mee, zodat je GA4-omzet vergelijkbaar is met je boekhouding. Doe je dat niet, dan lijkt je rendement op advertenties hoger dan het werkelijk is en neem je budgetbeslissingen op een opgeblazen cijfer.

Hoeveel winkelmandjes worden gemiddeld verlaten?

Gemiddeld verlaat ruim 70 procent van de bezoekers een gevuld winkelmandje zonder te kopen, volgens een metastudie over 50 onderzoeken. Dat is dus geen teken dat jouw shop slecht werkt. Interessanter is waar in jouw eigen trechter het grootste verlies zit, want dat is de plek waar je iets kunt verbeteren.

Heb ik Google Tag Manager nodig voor e-commerce tracking?

Niet strikt, maar het maakt je leven makkelijker. Je webshop schrijft de productgegevens in een dataLayer en Tag Manager stuurt die door naar GA4, zonder dat je bij elke wijziging in de code van je site moet. Voor Shopify en WooCommerce bestaan er ook officiële integraties die het meeste werk doen.

Sources for this article

How does your site score on these points?

Check it in 60 seconds with the free scan: 30+ points across 7 themes, with a concrete fix for each one.

Start the free scan